Publiek gemaakt
Lichtbundels om te verblijven
Jantine Kremer
5 februari 2018

Lichtbundels om te verblijven. Lichtprojecties van Lenneke van der Goot in Beverwijk en Kerckebosch Zeist

Hoe monumentaal de tekeningen van Lenneke van der Goot soms ook zijn, het werk van een onvervalste tekenaar plaats je niet zomaar middenin woonwijken of winkelstraten. Toch is dat precies waar haar tekeningen binnenkort te zien zijn. Zowel het eeuwenoude, bedrijvige hart van Beverwijk als de Zeister wijk Kerckebosch worden met haar lichtprojecties opgeluisterd.

Voor beide locaties maakte Van der Goot tekeningen voor zogeheten gobo-projecties; van elke tekening is een gelaagd glazen schijfje geproduceerd en wordt zo vanaf een paal op de grond geprojecteerd. Een precies karwei, zowel voor de kunstenaar als voor de gobo-specialist. Talloze elementen beïnvloeden het oorspronkelijke beeld; de afstand van de projector tot de grond bepaalt de grootte, de ondergrond doet mee met het beeld, het omgevingslicht speelt een rol, om van het standpunt van de toeschouwer nog maar te zwijgen.

Omdat beide projecten op het moment van schrijven (nog) niet te zien zijn, spreek ik Lenneke van der Goot in haar atelier in Amsterdam. Terwijl boven ons mannen over het hellend dak heen en weer wandelen voor werkzaamheden, vraag ik me hardop af of het contrast tussen werk maken voor de openbare ruimte en de vrijheid en flexibiliteit die je als tekenaar hebt, niet erg groot is. ‘Ik vind het onwijs leuk om in opdracht te werken. Je moet inderdaad met veel dingen rekeningen houden en dan is het geweldig om iets te bedenken dat zo goed blijkt te passen in de opdrachtomschrijving. In mijn vrije werk ben ik vrij intuïtief, maar bij de opdracht in Beverwijk werkte ik veel conceptueler.’

Cirkelvormige projecties

Aan de wanden van het atelier hangen de originele, cirkelvormige tekeningen die de basis vormen voor de gobo-projecties. Het verschil tussen de twee locaties is groot en zo ook de tekeningen; voor de woonwijk Kerckebosch tekende Van der Goot vijf dieren tegen een achtergrond van geometrische patronen. Voor Beverwijk zie ik abstracte vormexperimenten; golven, stippen, cirkels, kreukelige lijnen.

In Beverwijk is de opdracht aan Van der Goot onderdeel van een grootscheepse opknapbeurt van het centrale winkelgebied. Het betreft een tijdelijk lichtkunstwerk, waarvan de projectiepalen hergebruikt kunnen worden voor andere, seizoensgebonden projecties. De opdrachtomschrijving vermeldt dan ook het thema ‘Winter’. ‘Het is nooit zo gezegd, maar de commissie in Beverwijk is op zoek naar meer gezelligheid. Het woord ‘sfeer’ viel heel vaak.’ Van der Goot vertaalde ‘winter’ naar ‘verstilling’. ‘In de winter zitten mensen meer binnen, dieren houden een winterslaap, alles vertraagd en raakt meer naar binnen gekeerd.’

De slechte reputatie en leegloop waar de Breestraat in Beverwijk de laatste jaren mee te kampen had, blijkt geen recht te doen aan haar rijke historie, zo ontdekt Van der Goot in archieven, projectstudies en het plaatselijke Kennemerlandmuseum. ‘Beverwijk was ooit een levendige handelsplaats waar schepen van over de hele wereld aanmeerden. Amsterdammers lieten om die reden daar een huis bouwen. De kleine grachtenpand-achtige huisjes zie je nog steeds terug in het straatbeeld.’ Op het breedste punt van de typische, langgerekte ovale vorm van de Breestraat konden vroeger de door paarden gedreven karren omkeren. En precies daar komen nu Van der Goots projecties.

Verstilling in tapijten

Tijdens haar zoektocht stuit Van der Goot ook op de onder oudere inwoners van Beverwijik legendarische tapijtenknoperij Kinheim, rond 1910 gestart door mevrouw Polvliet, geïnspireerd door de technieken en patronen die zij tijdens reizen naar Marokko zag. ‘Kijk die patronen, dat is toch prachtig? Mevrouw Polvliet gebruikte ontwerpen van in die tijd vooruitstrevende kunstenaars.’ Voor Van der Goot valt alles daarmee op z’n plek. ‘De tapijten vertonen veel overeenkomsten met mijn tekeningen; de aandacht, de details, de onregelmatigheden. Bij het knopen van tapijten en bij het tekenen is een rechte lijn bijna nooit perfect recht. En dan de details; tijdrovend om te maken, maar ook om te bekijken.’ Van der Goot wil graag dat de abstracte lichtcirkels op de grond associaties van warme tapijten oproepen, waarvan de kleuren en patronen de voorbijgangers verleiden om stil te staan, mentaal een andere wereld in te gaan, en daarmee een tegenwicht bieden aan de voortdurende versnelling in het leven van alledag. ‘In sommige nomadenculturen ben je thuis zodra je je tapijtje hebt uitgerold. Dat past hier ook, het zou een plek moeten worden waar je graag even wilt blijven.’ Tijdens een test blijkt dat de tapijten ook fungeren als een soort podium; ‘Zodra mensen in de lichtcirkel gaan staan, doen ze iets geks. Ik hoop dat mensen selfies gaan maken en dat het online een eigen leven gaat leiden. Daar lenen de projecties zich heel goed voor.’

Bij de ransuil linksaf

Waar in Beverwijk de cirkels dienen om mensen stil te laten staan, een plek om te verblijven, is dat in Kerckebosch juist niet zo. Als je daar in het licht gaat staan, sta je midden op straat. Kerckebosch is een prachtig boomrijke, meanderende wijk van Zeist met een toch al bijzonder lichtplan van rode straatverlichting. ‘De wijk is opgezet als de vijf vingers van een hand die in de omringende natuur steken, met als idee dat natuur en bebouwing vermengd raken.’ Aan de Kerckeboschlaan bedacht Van der Goot bij iedere ingang naar een woonscheg een projectie van een dier. Een dier dat zomaar in werkelijkheid, vanwege het passende leefklimaat, een soort buurman zou kunnen worden, zoals de vleermuis of de vos. ‘Omdat de tekeningen voor de bewoners gemaakt zijn, zien zij het dier rechtop als ze de Kerckeboschlaan naderen. Ik wilde graag dat het voor hen echt een herkenningspunt is en dat ze tegen hun bezoek kunnen zeggen: je moet bij de ransuil linksaf.’

Als passant zie je echter nooit een cirkelvormige projectie, altijd een vertekende versie. ‘Daar heb ik vanaf het begin rekening mee gehouden.’ Van der Goot houdt een tekening horizontaal al draaiend op ooghoogte. Je ziet de ruitvormen klusteren en dik worden en bij doordraaien in lange strepen veranderen. Door het ontbreken van een figuratief beeld, is de beweeglijkheid in de tekeningen in Beverwijk nog interessanter, de lichttapijten verleiden je om in de buurt te blijven en ze van alle kanten te verkennen; dynamiek en verstilling op een en dezelfde plek.

Gelukkig blijft Kerckebosch voorlopig het thuis van de lichtprojecties van Van der Goot. En misschien, misschien bevallen die wonderbaarlijke platte, maar toch ruimtelijke lichttapijten de Beverwijkers ook wel zo goed, dat ze stiekem ook mogen blijven.

recensie
Vol verlangen om te zweven en te zwerven
Antonie den Ridder
10 maart 2018
Tekeningen
Constructions of an inner world
Diana Wind
juni 2016

Lenneke van der Goot (Gouda, 1979) plaatst zich met haar persoonlijke beeldtaal in haar tekeningen en installaties van tekeningen in de recente ontwikkelingen in de hedendaagse beeldende kunst.

De allereerste reden hiervoor is het feit dat zij tekenen als haar voornaamste medium ziet. Sinds het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw wordt wereldwijd door een aanzienlijk aantal kunstenaars tekenen als voornaamste discipline gezien, wordt er op enorme formaten gewerkt en worden de grenzen van het tekenen opgezocht en soms overschreden.

Dan komen we bij de tweede reden waarom Lenneke van der Goot een exponent is van de actuele ontwikkelingen in de kunst. Ongeveer tegelijkertijd met de opkomst van hernieuwde belangstelling van kunstenaars voor het autonome tekenen keert de belangstelling voor figuratie, esthetiek, romantiek en vakmanschap, het politiek en maatschappelijk engagement terug.

Zo langzamerhand blijkt dat, wereldwijd, aardig wat kunstenaars zich ongemakkelijk voelen in het keurslijf van het Modernisme en Postmodernisme. Dit is niet alleen bij tekenaars zo, maar ook bij kunstenaars die andere media inzetten om hun verhaal te vertellen. In feite is dit de praktijk sinds het begin van de 19de eeuw. Kunstenaars zijn sindsdien op zoek naar nieuwe wegen om hun verhaal te vertellen, weg van het platgetreden pad, zoeken naar mogelijkheden om persoonlijke en collectieve ontwikkelingen en gebeurtenissen voor het voetlicht te brengen. Vroeger sprak men over avant-gardes die elkaar opvolgden. Nu wordt, meer dan ooit, onderkend dat kunstenaars de spiegel van onze samenleving zijn. Vaak signaleren en reflecteren kunstenaars als eersten op wat er in de samenleving gebeurt. En juist omdat de kunstenaars vooroplopen is het voor theoretici moeilijk om recente ontwikkelingen binnen de kunst direct in de eigen tijd te kunnen plaatsen, de grote lijnen te  zien en de parallellen te ontdekken die er bestaan tussen de behoeften van de mens voor een betere of andere wereld en datgene wat kunstenaars ons laten zien.

Opvallend is dat een aanzienlijk aantal kunstenaars dat heeft gekozen voor tekenen als hun belangrijkste medium, kiest voor figuratie, romantiek, esthetiek en vakmanschap. Dit wellicht omdat tekenen tot voor kort niet als een autonoom medium werd onderkend. Misschien biedt dit de kunstenaars een uitweg naar nieuwe of hernieuwde beeldtaal, die individueel ontwikkeld toch een collectieve taal blijkt te zijn. Een collectieve taal die niet wordt gezien als een kunststroming, maar als een gevoelsstructuur van mensen die niet alleen de plek waar zij wonen maar de hele wereld als hun thuis zien. En deze gevoelsstructuur wordt het Metamodernisme genoemd. De ideeën van de Metamodernisten beslaan echter een veel groter gebied dan de kunsten alleen. Het Metamodernist Manifesto van Luke Turner, dat hij in 2011 schreef en op internet publiceerde, gaat over een nieuwe basishouding van de mens ten opzichte van de samenleving, politiek en economie. Dit wereldbeeld heeft een aantal kunstenaars, schrijvers en theoretici als Tim Vermeulen en Robin van den Akker naar hun beroepspraktijk vertaald. Volgens hen zijn het grote verhaal, het politiek engagement, het affect en het vakmanschap teruggekeerd. In interviews en eigen teksten geven zij helder weer hoe het Metamodernisme zich verhoudt tot de kunsten. Volgens hen vertegenwoordigt het een hernieuwd enthousiasme en engagement, een hervonden geïnformeerde naïviteit en oprechtheid. Zij kijken met een frisse blik naar de wereld en doen dit met de kennis die voorhanden is: geen nieuw dogma, geen tabula rasa, maar zonder cynisme aan een nieuwe toekomst willen bouwen. Vermeulen en Van den Akker constateren dat Metamodernistische kunst vaak romantisch en optimistisch is, maar dat zij zich nooit volledig aan een gedachte of gevoel overgeeft; het postmoderne relativisme is daarvoor te diep geworteld. Attitudes, strategieën en kunstpraktijken worden door Vermeulen en Van den Akker verklaard vanuit de sociaaleconomische en sociaal-culturele ontwikkelingen van het afgelopen decennium. Zij hebben het idee dat de tijdgeest kantelt met het gevolg dat kunstenaars zich gaan verhouden tot een nieuwe culturele sensibiliteit: tot een opkomende gevoelsstructuur. Deze relateren zij aan de drievoudige crisis die het Westen sinds het nieuwe millennium in toenemende mate in haar greep heeft. Deze crises vatten zij samen als de corrosie van het (geo)politieke centrum, de klimaatcrisis en de kredietcrisis.

Wellicht nieuw aan de denkwijze van de Metamodernisten is dat zij de twijfel toelaten, dat zij accepteren dat de wereld bestaat uit tal van tegenstrijdigheden, mogelijkheden en onmogelijkheden. Zij omarmen de dialectiek, willen de lessen uit het verleden gebruiken om aan een nieuwe toekomst te bouwen. Evenals bij de Verlichtingdenkers ligt hun focus op politiek, opvoeding, wetenschap (nu: technologie, ecologie), economie en cultuur. Ons belangrijkste referentiekader van de 18de -eeuwse Romantiek is uiteraard Caspar David Friedrich. Het sublieme van de natuur waarbij de mens als nietig werd gezien tegenover de overweldigende schoonheid en ongenaakbaarheid van de natuur. Inmiddels hebben we voor een groot deel die natuur geknecht, maar hopen we nu weer dat de natuur zich kan herstellen en het weer van ons kan winnen.

De tekeningen en tekeningeninstallaties van Lenneke van der Goot laten mens en dier (wolven en beren) zien in hun geabstraheerde natuurlijke omgeving waarbij plaats en positie worden bevraagd. Plaats en positie ten opzichte van elkaar; wat is de positie van een wolf of een mens in zijn roedel of sociale gemeenschap? Waar staan mens en dier in hun eentje? Hoe verhouden zij zich tot hun omgeving en tot zichzelf? Deze bevraging is verwant aan die van de 18de -eeuwse Romantici, maar uit zich op een geheel andere wijze. Er is geen verheerlijking van de natuur of de mens, meer een onderzoek naar een gevoelsstructuur die de tegenstrijdigheden van en wisselingen in de positie die de mens, bewust of onbewust, tijdelijk of permanent inneemt.

Zoals reeds eerder opgemerkt is de metamoderne attitude het duidelijkst zichtbaar in de recente opleving van de romantische traditie. Deze traditie is nooit weggeweest; ze werd in de westerse kunst alleen niet gewaardeerd omdat ze niet als vernieuwend werd gezien. De Britse denker Arthur Lovejoy schrijft dat er vele definities van de Romantiek zijn. Hij beschrijft dat deze is op te vatten als een periode of een paradigma, een stroming of een beweging, een levenswijze of een gevoel. Tegenwoordig is het voor sommigen uiterst politiek; volgens anderen juist pedagogisch; weer anderen menen dat het uitsluitend betrekking heeft op de kunsten. De een benadrukt nationalisme, de ander ecologie, de volgende Bildung, en weer een ander heeft het voornamelijk over het Sublieme en het Etherische.

Het Sublieme en Etherische verhoudt zich tot het Metamodernisme als het Sublieme en de Schoonheid tot de Romantiek. Dezelfde kenmerken zijn toepasbaar, maar nu in de vorm van toegestane tegenstellingen. Het heen en weer bewegen in gevoelens. Zoals het bij Lenneke van der Goot gaat om het heen en weer bewegen tussen de groep en het individu, de warmte van de groep en tegelijkertijd de vervreemding van de groep. De mens als nietig individu dat de groep ziet als een abstracte kluwen waar je geen deel vanuit kan maken omdat jouw gevoelens of leefwijze en overtuigingen je soms apart zetten. De mens als eenzame wolf kan die alleen overleven en zich dan volwaardig ontwikkelen? Kun je alleen zijn in een overbevolkte wereld en tegelijkertijd kun je je afvragen hoe het mogelijk is dat misschien juist wel door die enorme groei van de wereldbevolking de eenzaamheid toeneemt? Kunnen dieren, alleen of in hun roedel, overleven in een wereld die steeds meer wordt ingenomen door de mens, waarin mens en dier alsmaar meer tegenover elkaar komen te staan? Een wereld waarin dieren zich tegelijkertijd steeds beter aanpassen en met de mens samenleven in de geürbaniseerde omgeving.

De tekeningen en installaties van Lenneke van der Goot zijn met een grote vakmanschap uitgevoerd, ze vertegenwoordigen een schoonheid die behaagt maar ook wringt door de spannende samenvoeging van figuratieve en vervreemdende abstracte vormen. Je beweegt bij het beschouwen van het werk door de compositie en voelt waar de spanning zit en tegelijkertijd de rust. Je beweegt heen en weer tussen tegenstellingen die elkaar tegelijkertijd aanvullen. Van er Goot tracht vorm te geven aan, wat zij ziet als, onmogelijkheden en tracht tegelijkertijd de omgeving mooier te maken. In haar beleving leeft de stedelijke mens in een geconstrueerde wereld, die door het hoge tempo waarin de stad zich uitbreidt soms stuurloos lijkt te ontstaan. Zij vraagt zich af of er nog ruimte is om deze omgeving te herdefiniëren? Kan opnieuw ruimte toelaten worden in de chaos van de stad? Haar tekeningen kunnen ook gezien worden als mogelijke nieuwe manieren om de omgeving vorm te geven, om de wereld naar je hand te zetten. En dan gaat het niet om een werkelijk voorstel, maar om een voorstelling van een nieuwe werkelijkheid. Meer een gevisualiseerde versie van wat ook zou kunnen, een denkbeeldig alternatief, van een wellicht onmogelijk verlangen. Het niet-weten, de twijfel is het uitgangspunt voor het vormgeven van nieuwe mogelijkheden, zoals verbeeld in de tekeningen. Een werkelijkheid die alleen op papier, in de tekening, bestaat. Niet realistisch (uitgemeten, berekend, kloppend), maar wel een overtuigend, geloofwaardig alternatief. Daarbij gaat het niet om functionaliteit, maar om esthetiek en beleving. Dit wordt niet gepresenteerd als zijnde beter, maar als iets om op voort te borduren. Er zit ruimte in voor de beschouwer om zelf interpretatie te geven aan wat er te zien is. Er is ruimte voor nieuwe ingangen, voor eigen ideeën, bevraging.

Je voelt je misschien niet thuis in de wereld die Van der Goot tekent, maar hoe klein de mens ook is in de tekeningen we kunnen ons er toch mee identificeren. Hoe vaak voelen we ons niet nietig en bekijken en bevragen we de wereld die snel verandert en die zich wellicht steeds minder laat begrijpen en onbekende abstracte vormen aanneemt.

Vermeulen en Van den Akker schrijven: “Doorheen haar vele gedaanten wordt de romantische sensibiliteit echter gekarakteriseerd door de oscillatie tussen verschillende betekenende polen: het eeuwige en het vergankelijke, natuur en cultuur, hoop en melancholie, enthousiasme en ironie, het bijzondere en het alledaagse, enzovoorts. De kern van de romantische sensibiliteit is dan ook precies de spanning die volgt uit het verenigen van onverenigbare polen, het verbinden van twee tegengestelde posities, een onmogelijke mogelijkheid: een double-bind.”

Deze neoromantische sensibiliteit heeft zich geuit in een verscheidenheid aan kunstvormen en een variëteit aan stijlen. In de architectuur uit het zich soms als de spanning tussen het eeuwige en het vergankelijke; in Bas Jan Aders performances als het bevragen van de rede door middel van het irrationele; in het werk van onder anderen Peter Doig, David Thorpe en Lenneke van der Goot als het hernemen van cultuur door de natuur; het herpakken van civilisatie door het primitieve en recentere obsessies met het mystificeren van het alledaagse.

Deze kunstenaars hebben gemeen dat ze niet alleen teruggrijpen op mythologie, mystiek en vervreemding om het alledaagse leven te kunnen duiden of bevragen, maar ook om de wereld opnieuw te betekenen. Misschien wel juist omdat zij beseffen dat dit onmogelijk is.

Mister Motley
Lenneke van der Goot beweegt. Als een potlood op papier
Alex de Vries
april 2016

De tekeningen van Lenneke van der Goot (1979) bestaan uit een opeenvolging van omtrekkende bewegingen om de kijker te benaderen. Ze sluipt ongezien op je af om haar tanden in je hals te zetten als je er het minst op verdacht bent. Ze laat niet meer los en bijt stevig door. Ze is een weerwolf die niet alleen bij volle maan toeslaat. De aard van haar werk is een ongemakkelijk combinatie van een natuurlijk talent en complexe rationele overwegingen. Je ziet landschappelijke en urbane, realistische en abstracte componenten in elkaar verstrikt raken. Er is een dierlijke gesteldheid in het werk die tegelijkertijd ontroerend en bedreigend is, naast een bijna rekenkundig aandoend patroon dat compositorisch het wankele evenwicht binnen de tekening schraagt. Haar tekeningen zijn inderdaad schragen: je kunt er een blad opleggen en dan heb je een tafel waar je bovenop kunt kijken.

Traditioneel is een tekening een klein formaat werk dat je op de hand of liggend op een tafel bekijkt. Lenneke van der Goot is een kunstenaar die haar werk van de tekentafel heeft afgehaald en verbeelding in de ruimte projecteert. Die projectie tekent ze waardoor de ruimtelijkheid ervan een constructie is die je visueel na kunt lopen. De consequentie is dat een deel van haar werk niet langer tweedimensionaal is, maar het karakter krijgt van een reliëf of zelfs een vrijstaande sculptuur.

In haar atelier doet haar werkwijze zich heel vanzelfsprekend voor, omdat ze in haar ranke lange gestalte erin beweegt als een potlood op papier. Ze heeft een aanwezigheid die bijna verontschuldigend is voor de onontkoombaarheid ervan.

Haar werk van een aantal jaren geleden had titels als ‘Inner Wolf’ en de wolf als deel uitmakend van de roedel het pak en de daaruit verstoten eenzame wolf waren aspecten van haar kunstenaarschap die je bijna een-op-een op haar verschijning kon toepassen. Het was de zoektocht om na te gaan waar je als kunstenaar deel van uitmaakt en hoe je daarbinnen een onderscheidende positie kunt hebben.

Een paar jaar later speelt dat aspect nog altijd een rol, maar er is veel meer zekerheid ontstaan over de persoonlijke noodzakelijkheid van het kunstenaarschap. Dat ze inmiddels twee kinderen heeft, draagt aan dat besef nadrukkelijk bij. Nu er een andere onontkoombare verantwoordelijkheid haar leven bepaalt, is het kunstenaarschap wezenlijker dan ooit.

Dat wezenlijke is binnen haar tekenen terug te vinden in hoe ze zich verhoudt tot objecten en lichamen die een meetkundige aard hebben en die altijd enigszins uit het lood zijn gebracht. Het zijn bouwsels die geen functionaliteit laten zien en die als zelfstandige elementen als dode zielen in de tekeningen hun plaats krijgen. Het zijn vaak scherpe, hoekige vormen, veelvlakken en vouwpatronen die als een onvatbare architectuur zich verhouden tot menselijke figuren. Die mensen hebben een schaalgrootte die de hele tekening en de abstracte objecten in het bijzonder bevraagt. Je zoekt binnen de tekening naar een verhouding die je er zelf mee kunt aangaan en het is niet eenvoudig daarin te slagen. Dat kost enige moeite. Doordat Lenneke van der Goot beschikt over een overtuigende tekenhand slaagt ze erin je mee te nemen in dat kijkproces. Er zit een gemak in het werk dat verhult met hoeveel moeite het tot stand komt. Zeker als ze driedimensionaal op grote schaal in de publieke ruimte werkt of binnen kunstruimtes grotere installaties bouwt, valt het op hoe vaardig ze vormproblemen oplost. Daardoor is haar werk ook inhoudelijk meteen overtuigend omdat ze de techniek waarmee ze haar werk uitvoert, gelijkschakelt aan wat ze daarmee laat zien. In haar werkwijze moet ze voortdurend een weerstand in zichzelf overwinnen. Het tekengemak mag niet de overhand krijgen op de weerbarstigheid van het onderwerp. Tegelijkertijd is de tekenlust onontbeerlijk voor de kwaliteit van het werk. Daarom varieert ze voortdurend in middelen en materiaalgebruik. Ze probeert beetje bij beetje binnen bereik te brengen wat daar voortdurend net buiten ligt. Door de uitbreiding van het arsenaal en de mogelijkheden groeit haar kunstenaarschap zowel ambachtelijk als ideematig.

Lenneke van der Goot gaat met die materie redelijk laconiek om. Het is ook zoals het is. Dat geeft haar tekeningen een vanzelfsprekende aanwezigheid waar je ze ook aantreft. Ze bestaan op zichzelf en zijn in zichzelf waarachtig en overtuigend. Met haar werk gaat ze een relatie met de wereld en het leven aan, die in haar dagelijks bestaan is geïntegreerd. De onnatuurlijke elementen die zich daarin voordoen gaat ze te lijf door ze in haar tekeningen te incorporeren. Ze verstaat zich met het wezensvreemde en het kunstmatige door haar verstandhouding ermee in kaart te brengen. Ze gaat er vrij letterlijk bovenop zitten om te zien wat het is.

Het winnen van de EposPress Tekeningenprijs in 2014 heeft haar tastbaar de erkenning gebracht die ze in de Nederlandse kunst gestaag heeft verworven. Lenneke van der Goot is geen kunstenaar die even opvalt om daarna weer uit beeld te verdwijnen. Haar aanwezigheid in de kunst neemt langzaam in kracht toe en wint zo meer en meer aan belang en betekenis.

Alex de Vries

Radio NPO 1
VPRO Nooit meer slapen
Gijsbert van der Wal
24 augustus 2015

Een interview naar aanleiding van Tekenkabinet #3 bij het radioprogramma VPRO Nooit meer slapen. Gijsbert van der Wal interviewde Manja van der Storm en mij over het Tekenkabinet en tekenen in het algemeen.

Klik hier om de uitzending te beluisteren.

EposPress Prijs
Schatkamers van de geest
Arno Kramer
2014

In 2011 maakte Lenneke van der Goot bij Kunstvereniging Diepenheim een tekeningeninstallatie, waarin zij veel van een haar kwaliteiten bij elkaar bracht. Haar deels knap getekende, maar ook ‘uitgeknipte’ wolven, op ware grootte, werden als puzzelobjecten op de wanden geprikt en gedeeltelijk driedimensionaal de ruimte in getrokken. De papieren vormen werden met bouwlampen aangelicht en zo ontstond een boeiend spel van licht en donker, maar ook van illusie en werkelijkheid, van rijkdom aan vorm. Nu bleef het daar niet bij, want op sommige wanden had zij de dieren ook getekend en het schijnbare gemak waarmee dit technisch gedaan was overtuigde volledig. Door de vormen, de schaduwen en de getekende delen, werd het werk letterlijk gelaagd, maar ook inhoudelijk leek er iets aan de hand. Je voelde dat er veel speelde, gezegd werd, maar je kreeg dat niet helemaal letterlijk verwoord.

Met een beschrijving of essay kun je niets bewijzen, maar wellicht kan ik wel proberen anderen te overtuigen van het belang van het werk van Lenneke van der Goot. Door een persoonlijke getuigenis af te leggen van de ervaringen en dat alles in de hoop dat ik het raadselachtige fenomeen van de kwaliteit in haar werk toch kan duiden. Maar er blijft een aspect dat een beroep doet op je opperste gevoel, dat niet met de ratio is te verklaren. Die dubbelzinnigheid maakt dat haar werk niet alleen vraagstellend blijft, maar vooral ook blijft boeien. Daar komt bij dat zij, zeer inventief, telkens weer nieuwe wegen inslaat die opnieuw tot bezinning en verbazing kunnen leiden. Denk je ‘vat' te krijgen op de tekeningen, dan is er al weer een nieuwe serie, die je niet alleen op een ander been zet, maar die je dwingt je opnieuw in te leven en te oriënteren op wat er nu weer gebeurt.

In teksten over kunst worden dikwijls omtrekkende taalkundige bewegingen gemaakt, gebaseerd op metaforen en analogieën, om zo een nieuwe, onbekende mentale ruimte te betreden, zoals de Zuid-Afrikaanse schrijver en beeldend kunstenaar Breyten Breytenbach het ooit formuleerde. De ‘beleving’ van een tekst vertoont hopelijk in die zin een parallel met de beleving van de tekeningen van Van der Goot.

De tekeningen van Lenneke van der Goot zijn altijd helder. Zij laat, zo lijkt het, vrij precies zien wat ze wil vertellen, geeft de kijker visuele hints, maar geeft niet direct haar enigmatische inhoud prijs. Dat vertellen lijkt een wezenlijk aspect van de inhoud van haar werk. Niet dat het afgeronde verhaaltjes zijn, maar het getoonde maakt dat je nadenkt over situaties. Over de nietigheid van de mens, over onze eenzaamheid en het verdwaald kunnen zijn in een illusoire wereld die soms lijkt opgebouwd uit vergrote decorstukken. Elke tekening is ook een toneel of schaakbord waarop met meestal de mens als ‘pion’ of acteur, wordt geschoven. De inventiviteit om omgevingen te ontwikkelen is bij Lenneke van der Goot groot, maar je kunt het geheel nooit plaatsen in een ons bekende wereld.

Haar experimenten met materiaal, met vergroting en verkleining van de protagonisten is speels, consequent en vaak vervreemdend. In enkele werken gebruikt zij geknipte, dan wel gekrulde papieren, waardoor de tekeningen nog meer hebben van toneelachtige scenes.

De kunstenaar blijft altijd wroeten in zijn of haar geest en geeft vaak gehoor aan ‘duistere’ stemmen, neemt risico's, om te ontdekken of iets werkt en vraagt zich af: is dit wat ik wil? Is dit het resultaat van een artistiek tekenproces en, het aller belangrijkste, is dit kwalitatief goed en dus oorspronkelijk? De ultieme tekening die uiteindelijk de gehoopte en gewenste sublimatie van idee en gevoel laat zien? Dat alles gevonden in de schatkamers van de geest en het onderbewuste.

Erwin Mortier schreef dat de kunstenaar in feite ruimte opeist naast de tijd. In deze fraaie vooronderstelling ligt besloten dat we analyses en stellingen niet direct moeten inkaderen. Veel beweegt immers op een grens. Zoals het geluid op de grens van het gehoor kan liggen. Zoals het beeld de grens van mijn blikveld. Zoals de taal het koor van beelden wil benoemen.

Juryrapport EposPress
Juryrapport EposPress Tekeningenprijs
Diana Wind
2014

De EposPress Tekeningenprijs wordt eens in de twee jaar uitgereikt en net zoals twee jaar geleden zijn de vijf genomineerden door de jury voorgedragen. Zij kozen deze vijf uit een reeks talentvolle jonge kunstenaars die zich binnen hun kunstenaarschap richten op het tekenen. De jury was unaniem van oordeel dat alle genomineerde kunstenaars binnen de bestaande veelheid aan tekeningen in de hedendaagse kunst, nieuwe en verrassende inzichten toevoegen. Waar de ene kiest voor diepzwarte taferelen met referenties aan de wereld van games en types die binnen dergelijke genres de hoofdrol spelen, experimenteert de ander juist met woorden en wordt de tekening van het platte vlak gehaald en als vloerkleed op de grond gelegd. Het behoeft geen verdere toelichting dat de jury ook dit keer weer zichzelf een moeilijke taak heeft gesteld, want hoe kies je een winnaar uit vijf kunstenaars die al zijn geselecteerd op basis van het feit dat zij naar mening van de jury met de kop boven het maaiveld uitsteken? Na urenlange discussies waarin niet alleen werd gekeken naar de overtuigingskracht van het werk in relatie tot de inhoud, naar technische vaardigheid en zeggingskracht maar ook naar de presentatie binnen de tentoonstelling, is de jury tot een unaniem oordeel gekomen.

In het werk van de winnaar wordt gespeeld met maat en schaal, niets is wat het lijkt en toch herken je duidelijk elementen uit de werkelijkheid. Onderdelen die vrijwel op levensecht formaat zijn getekend, worden soms binnen het platte vlak herhaald waardoor dat wat je herkent uit de de dagelijkse realiteit zich in een andere, nieuwe werkelijkheid aandient. Alles, elk detail krijgt in een vernieuwde samenstelling een andere betekenis. De kunstenaar begeeft zich hiermee op de dunne scheidslijn tussen wat echt is en wat niet. Soms voel je je als beschouwer Alice in Wonderland, waar alles wat groot is, supergroot wordt of juist tegenovergesteld, naar miniatuur voor je ogen krimpt.

Door het speelse experimenteren met afmetingen en combinaties van uiteenlopende beeldelementen, spreekt uit de werken een zekere surrealistische sfeer. Deze doet je soms glimlachen, dan weer word je gedwongen het werk nogmaals van dichtbij te bekijken. de tekening zuigt je naar zich toe en je ontdekt weer iets nieuws, andere details, die elke duiding die je het werk in eerdere instantie gaf, in een andere richting duwen. De verbeelding blijft actief, je blijft kijken, je wilt weer meer zien en ontdekken. De uitstraling van de tekeningen is een geheimzinnige doordat de kunstenaar bizarre taferelen tekent. Hierdoor blijft de toeschouwer nieuwsgierig naar het volgende werk: je wil meer en meer zien. Waar haalt deze kunstenaar inspiratie vandaan? Zijn het dromen die worden getekend of bekijkt de kunstenaar de wereld met een ‘sense of the absurd?’ Het eensluidende antwoord vind je niet, dat hoeft ook niet, de werken spreken voor zich en reppen over een wereld waarin alles anders, leuker, gekker en mooier is.

De maker van deze werken heeft trefzekere manier van een beeldend formuleren en pint zich niet vast op een onderwerp. De kunstenaar slaat voortdurend nieuwe wegen in en in deze zoektocht gaat de beschouwer mee. De kunstenaar laat de aandacht van de kijker binnen de tekening en binnen dit jonge oeuvre vrijwel geruisloos doch dwingend verschuiven, de blik gaat voortdurend langs alle getekende onderdelen en details, van lijn, naar vlak, van donker en zwart naar het lege wit. En weer terug. Daarnaast heeft de winnaar technische vaardigheid en niet onbelangrijk, ook een grote mate van virtuositeit. De jury kwam tot een unaniem oordeel en de winnaar van de EposPress Tekeningen Prijs 2014 is: Lenneke van der Goot.

 

Diana Wind, juryvoorzitter EposPress Tekeningenprijs

Jury: Ludo van Halem, Arno Kramer, Roos van Put, Corrie van der Veen

Wolven | nrc
Wolven zijn niet bloeddorstig, maar gestroomlijnd en krachtig
Kester Freriks
september 2014

Is de wolf in de Nederlandse natuur een betwist dier, in de beeldende kunsten lijkt hij begonnen aan een opmars.

Nederland wolvenland. Liefhebbers van wilde dieren kunnen niet wachten op de eerste wolven binnen onze landsgrenzen. Als er ergens, zoals onlangs in de Flevopolder, een dode wolfachtige hond wordt ge-vonden, dan lopen de emoties hoog op. Bespeuren waarnemers een wolf in de bossen, dan is het land in staat van op-winding: het sprookje van Roodkapje en de Boze Wolf is werkelijkheid. „De wolf raakt een gevoelige snaar", zegt kunstenares Lenneke van der Goot. „De wolf ontvouwt onze nachtmerries en onze dromen." Is de wolf in de Nederlandse natuur een betwist dier, in de beeldende kunsten lijkt hij begonnen aan een opmars. Kunstenaars als Arno Kramer, Judith Krebbekx en Lenneke van der Goot brengen met schilderijen, tekeningen en zelfs lichtinstallaties een ode aan de wolf. Een wolventekening door Van der Goot is onlangs bekroond met de EposPress Prijs 2014 voor jong talent. Waarom wolven, een dier dat tot ver in de negentiende eeuw werd doodgeschoten totdat de laatste wolf was verdwenen? Bloeddorst was het wolvenkenmerk toen, nu roemen kunstenaars de vorm van de wolf: de massieve kop, de stroomlijning, de kracht in het lichaam. Judith Krebbekx laat deze dagen in Museum van Bommel van Dam, Venlo, roedels geschilderde wolven los,  wolven bij maanlicht, wolven tussen bomen in de nacht. Zij heeft wolven in het echt gezien, in Noord-Frankrijk. „Wat ik herken in die wilde dieren is het jachtige, het nerveuze van hun karakter" zegt ze. „Daarin doen ze me aan mensen van eind veertig denken uit mijn omgeving: nerveus op jacht naar het  onbereikbare, naar de lust zou je kunnen zeggen. Het lijkt inderdaad of er een wolvenmanie gaande is in de kunsten." Arno Kramer Iaat binnenkort tijdens de Kunstmaand Ameland in het Natuurmuseum een reusachtige wolventekening zien. Wolven kent hij uit de dierentuin, hij is erdoor gefascineerd: „Het is niet de vermeende wreedheid van de dieren die me boeit, maar hun eenzaamheid. Er zijn altijd wolven die zich losmaken van de roedel. Dat zijn de dieren die onze grenzen oversteken, en dan gaat er de huiver als van van een boos sprookje door ons land. Er is een werk van Lenneke van der Goot dat wolven liet zien in de stad, in Amsterdam. Zij maakte, in 2013 een lichtinstallatie in de Transvaalbuurt die vooral 's nachts indrukwekkend was: in een lichtend venster waren wolven afgebeeld. Vreeswekkend echt. En onmetelijk intrigerend. Alsof ze live door de straten liepen.

www.wolveninnederland.nl

Significant scenes | nrc
De UFO's van Frode Bolhuis en Lenneke van der Goot
Gijsbert van der Wal
juni 2014

Frode Bolhuis weet grote indruk te maken met klein werk. Zijn beeldjes ogen kwetsbaar en miniatuur, een lompe reus trapt ze zo stuk, maar tegelijk hebben ze een stevige, kloppende vorm: in een wereld die voorzichtig met mooie dingen omgaat kunnen ze lang mee. Wat hun betekenis betreft zijn ze net zo dubbel. Je kunt er niet precies de vinger op leggen, maar hun onduidelijkheid is nooit storend. Zo is er een trappetje met een reling en spijlen van ranke kleine houtjes -
denk je, want volgens het bijschrift is het keramiek - en belletjes aan de onderkant van de treden. Die belletjes hangen daar in trosjes, alsof ze in de loop der tijd onder de trap zijn gegroeid. Het is een fijn, subtiel sculptuurtje om naar te kijken, maar het zet ook je hoofd aan het werk. Stel je voor dat je op die trap loopt. Zacht gerinkel bij elke voetstap. Een kunstwerk als een droom. Nog zoiets. Een wit gebouwtje, een kruising tussen een tuinhuisje en een vleugelpiano; de tuindeuren staan open en op de vleugel ligt een stapel matrasjes. De beschrijving alleen al zet associaties in gang, met zomer en slapen, muziek en vogelgefluit. Met dromen, alweer, of met sprookjes. De prinses op de erwt. De beelden zijn nu te zien in de galerie van Agnes Raben, die al twintigjaar eigenzinnige tentoonstellingen maakt
in het voorhuis van haar woning in het Gelderse Vorden. Een gang en vier kamers met aangename afmetingen, zacht licht, krakende houten vloeren. Bolhuis' mede-exposanten zijn Marianne Roodenburg en Lenneke van der Goot, en vooral met de collage-achtige tekeningen van de laatste gaan zijn sculpturen wonderwel samen. Van der Goot tekent eenzelfde wereld vol vreemde objecten. Losgesneden uit een vel papier zijn ze als unidentified flying objects in een volgende tekening geland, waar kleine figuurtjes er verwonderd naar staan te kijken. Waar komt dit vandaan? Ik denk dat noch Bolhuis, noch Van der Goot het precies weet. Het gebeurt, in drie dimensies of op papier, zoals het 's nachts als we slapen gebeurt in onze hoofden.

club focus
Openingstekst club focus
Jantine Kremer
maart 2013

Ik leerde het werk van Lenneke van der Goot kennen tijdens de inrichting van de Nieuwe Salon in Utrecht in 2008, een tentoonstelling van het werk van in de provincie Utrecht woonachtige kunstenaars. Sindsdien ben ik blijvend onder de indruk van de reikwijdte van haar tekeningen, de ruimte die ze letterlijk, maar ook figuurlijk innemen.
In Utrecht zag ik hoe Lenneke bezit genomen had van haar ruimte door tekeningen met levensgrote mensfiguren op te hangen en dierenschedels op de ramen te tapen. Daarna volgden nog vele andere vol getapete ramen (waaronder indrukwekkend genoeg een hele loopbrug), woekerende, papieren planten op een galeriemuur en een roedel wolven waardoor je je als toeschouwer omringd waande.
Ah ja! De wolven. Zij zijn mijn favoriet. Hoe kan het ook anders? Want de mens is duidelijk niet degene die de controle heeft in de wereld van Lenneke. De wolven in haar tekeningen staan met hun poten op de grond. Ze zijn stoer, ze komen doelgericht op je af. De mensen in Lennekes tekeningen zweven, hebben geen grond onder hun voeten. En als ze dat wel hebben, staan ze met hun rug naar de kijker toe en doen moeite om iets volstrekt onduidelijks of onmogelijks te realiseren. Of ze dreigen te worden verzwolgen door iets buiten proportioneels of het onherbergzame landschap van de tekening of het papier zelf. Ik zou het zelf kunnen zijn, die daar voort ploetert in de wereld.
Maar hoewel de dreiging van het verzwelgende papier of de onmogelijke handeling, niet speciaal een positieve ervaring lijkt te zijn, is Lennekes werk op de een of andere wijze zeer optimistisch. Het is meer een constatering van wat je al weet.
Maar dan, terug naar de reikwijdte.
Als bij een zanger met een buitengewoon groot bereik, is het voor Lenneke mogelijk om zowel met de ruimte buiten de tekening, als de ruimte die schijnbaar nog in de tekening verborgen ligt te spelen: ook de ruimte waar je normaal gesproken niet in kunt eigent ze zichzelf toe.
Lenneke speelde al sterk met het gegeven van de tekening door reeksen stempels of stickertjes het ritme van de tekening te laten bepalen en natuurlijk door in het papier te knippen. Maar ze gaat steeds een stap verder. Zoals schilders een eeuw geleden steeds meer gingen refereren aan het schilderij zelf door hun verf dikker op te brengen of niet langer hun best doen diepte te suggereren, zo refereert Lenneke steeds weer en ook steeds meer, naar de tekening zelf.
Ze neemt ons, als toeschouwer, steeds dieper mee de tekening in, tot alle referentiepunten met de buitenwereld verdwenen zijn: een tekening, van een tekening, van een kopie, van een foto van een verknipte tijdelijke papieren installatie, etcetera.
Deze grenzeloosheid is verraderlijk, past u goed op! Laat u zich niet misleiden door het letterlijke formaat van de tekening. Juist die kleintjes zijn gevaarlijk in dat opzicht.
Terwijl u zich straks steeds dieper naar een tekening toebuigt om te inspecteren hoe ze het gemaakt heeft (wat deed ze nou eerst? tekenen of stickeren?), staat u er voor u het echt in de gaten heeft middenin en weet u de weg niet meer terug.
Maar misschien is dat niet erg.
Ik wens u veel kijk- en dwaalplezier.

Jantine Kremer, maart 2013

Guerrilla Drawing
Openingstekst Guerrilla Drawing
Arno Kramer
2012

Misschien is het u bekend dat een 'Guerrilla' een term is in de krijgswetenschap. Men gebruikt de term als het een conflict betreft, waarbij een kleine groep strijders die, onder andere bestaat uit gewapende burgers, militaire tactieken gebruikt, zoals hinderlaag, sabotage, razzia, het verrassingselement en grote mobiliteit. Dit heeft als doel om het een minder mobiel traditioneel leger lastig te maken, of om een kwetsbaar doel aan te vallen en om dat leger dan vrijwel direct daarna terug te trekken. De term guerrilla wordt ook wel gebezigd om de organisatie aan te duiden die de guerrilla-oorlog voert. Zou het zo kunnen zijn dat de samenstelster van deze tentoonstelling zichzelf als legercommandant heeft willen zien en dat ze de gekozen kunstenaar het liefste drilden om een strijd aan te gaan? Was de gedachte misschien dat deze ruimte een strijdveld zou worden tussen de kunstenaars om dan te zien wie er beeldend fier overeind bleef? Ik weet het niet en heb het ook niet gevraagd aan Nanette Kraaikamp, die me voor dit praatje uitnodigde.

Nu tekenen de laatste jaren wel haast tot een van de populairste kunstdisciplines lijkt te zijn geworden, zie je op steeds meer plekken kunstenaars, vaak jonge kunstenaars, heel veel tekenen, dat wil zeggen ‘gewoon’ werk op papier maken, maar er zijn ook tekenaars die de grenzen opzoeken van wat nog een tekening zou kunnen zijn.

Om maar iets te noemen: enkele zomers geleden werd er in het tijdelijke Stedelijk Museum Amsterdam naast het Centraal Station een tentoonstelling georganiseerd onder de titel Drawing Typologies die over tekenen zou gaan, maar waar bijna geen tekening te bekennen viel. Niet lang erna kreeg ik een catalogus toegezonden uit Ierland, waar in een van de musea daar een exposities te zien was die The secret Theorie of Drawing heette en inderdaad er was nauwelijks een tekening te zien. Toen ik eens werd gevraagd op een andere plek, Galerie Witteveen aan de Keizersgracht, een opening te doen en de expositie Voorbij Tekenen heette, dacht ik eerst even dat iemand mij handig pootje wilde lichten en dat ik in een tentoonstelling terecht zou komen waar…. inderdaad geen tekening te zien te zou zijn! Dat viel gelukkig mee.

Er zijn dus in de loop der jaren diverse pogingen gedaan om dat begrip tekenen op te rekken. En ik heb daar wel dikwijls mijn vragen bij. Tekenen blijft voor mij toch vooral gekoppeld aan een lineaire handeling met meestal traditioneel materiaal, potlood, houtskool, inkt, krijt enzovoort. Wat er getekend wordt en ook met welke handeling iets tot stand komt, doet niet veel ter zake.

Wat we hier in Retort Art Space zien is in feite niet dat de kunstenaars de grenzen van het tekenen verkennen, maar veel meer de grenzen van de presentatie, waarbij de tekening of het tekenen, als gereedschap wordt gebruikt om die installatie tot stand te brengen. Uiteindelijk hebben de meeste kunstenaars toch steeds traditionele tekenmaterialen nodig om deze intense werken te kunnen maken.

Lenneke van der Goot heeft onderhand een spoor van standpunten achter zich getrokken. Met, oh wonder, vaak tape als basismateriaal, ziet ze kans, daar gaan we toch weer, die grens van het tekenen niet alleen te zoeken, maar ook op te rekken. Dat zien we prachtig gedaan op de etalageruit. Maar ook met papier en inkt als materiaal breekt ze met het platte vlak en brengt ze de derde dimensie tot leven in haar werk. Zij is een virtuoos en kan op allerlei plekken steeds iets heel fraais en indringends tot stand brengen. Zo was haar installatie bij Drawing Centre Diepenheim in wat het Ottenhuis heet niet alleen van grote schoonheid, maar ook inventief, speels en krachtig. Haar werk is altijd gelaagd en gecompliceerd, ook hier en meer dan geslaagd. En zo lijkt er een nieuwe weg, een beetje weg van de wolven, zijn intreden te doen.

Stefan Kasper heeft al aan zoveel projecten meegedaan en is een geweldig productief kunstenaar. Hij zoekt niet alleen de grenzen van het tekenen, blijft er in individueel werk ook vaak duidelijk binnen, maar gaat hier een kunstrelatie aan met een collega die hem weer van nieuwe impulsen kan voorzien en vise versa. Hoewel de wand toch de gebruikelijke presentatie plek is van al dan niet keurig opgehangen tekeningen of tekeningeninstallatie, heeft DUO NAR besloten de vloer te gebruiken voor een werk. Hun zwart wit tekening is een beeldcollage geworden met een enorme dynamiek, maar ook in details in zekere zin ingetogen. Je kunt in het werk ronddwalen om dan toch wel binnen grenzen, speelsheid, secuurheid en abstractie versus figuratie te zien. Dat alles in een blender van beelden, uitgekiend gepresenteerd. Het werk is geen strip geworden, maar ik zie ook geen overhand in thema’s die Stefan Kasper aan het hart gebakken zitten, dus een fraaie synthese van een waardevolle coöperatie.

Nanette Kraaikamp heeft rond enkele staande figuren de ruimte bijna verkend met lijnen die enerzijds meanderen over de wand, maar anderzijds streng en strak plekken met elkaar lijken te verbinden. Met dit lijnenspel geeft ze natuurlijk visueel ook richting aan wat de personen mogelijk beweegt. Hoewel de éen statisch met gesloten ogen in een eigen wereld verkeert, geeft de ander een kans op ontmoeting in het gebaar van de handen. Elk werk is natuurlijk een ontmoeting. Het ruimtelijke, misschien beetje kosmische effect wordt aangezet met de hangende ballen die ook deels betekend zijn.

De ongelooflijk fantasievolle wandtekening van Richtje Rijnsma en Roosmarijn Schoonewelle is niet alleen dynamisch, maar neemt je ook mee op een beeldende reis waarin je speurt naar een generale betekenis, maar even zo goed naar fijne details, waarin de echte tekenaar zich toch verraadt. Het ‘spelen’ met papier, dat van de muur afkomt en weer fraai geïntegreerd is in het werk op de wand, maakt deze installatie tot iets waarin zich misschien wel het meest die guerrilla toont. Het clasht beeldend behoorlijk in het midden en waaiert uit naar meer individuele werken aan de zijkant. Hoewel veel tekenaars zich toch dikwijls beperken tot zwart wit, door met houtskool, conté en potlood te werken, is Roosmarijn Schoonewelle niet vies van kleur. Wat heet, kleur lijkt belangrijk en geeft haar werk een bepaalde brutaliteit mee, waarbij je ziet dat het niet dient als ‘versiering’ maar dooor werkt als echt statement. Dit moet roze, dat moet blauw enzovoort.

Het meest bescheiden, als dat al een begrip is in deze tentoonstelling, is Rozemarijn Westerink. Het is een werkplek, maar tegelijk ook het werk. Dat is een paradox. In de tekeningen, inderdaad met ‘gewoon’ tekenmateriaal, worden ruimtelijke verkenningen gedaan., die wel gedeeltelijk complex zijn, maar, zo lijkt het, die ook steeds het doel hebben binnen de grenzen van de tekening toch een evenwicht te vinden. Enerzijds in de verhouding tussen wat getekend wordt en anderzijds wat het papier, het wit dus, voor invloed heeft op het hele beeld. Bepaalde beeldmotieven zien we terugkeren en zij worden in een andere constellatie beeldend weer verkend.

Maar ook hier in Retort Art Space is wel meer aan de hand. Geen tekeningen keurig in een lijst aan de muur. Ik sprak eerder van ontmoeting. De ontmoeting vindt altijd plaats. Bij elke blik, bij elke aanraking. Die blik ontmoet een andere, ontmoet het landschap of de lucht. De hand raakt een ander, een glas, een bloem of een brief. Er gaat een pen over het papier, er worden mededelingen gedaan, die bij lezing tot een ontmoeting leiden. Hier ontmoeten verschillende werken elkaar in éen ruimte. Hier zullen de deelnemers vast wel even naar links en rechts gekeken hebben wat de andere deelnemer nu maakte. Hier giert in feite de dynamiek door de ruimte. De kunstenaars hebben bovendien met de door hun gebruikte materialen honderden ontmoetingen op papier of de wand of vloer. In dat hele werkproces blijft de kunstenaar het middel waardoor de tekening bestaat, door wie de tekeningen wordt voltooid en waardoor deze voortdurend leeft. Alles lijkt toch ook te tellen in het tekenen, niets is zonder betekenis. Die wereld van de beeldende kunst lijkt veelal volstrekt geïsoleerd van een wereldbeeld en zeker van een moraal. Kunst gaat dus ook nooit over deugdzaamheid, maar zeker over onthulling en laat natuurlijk wel aspecten zien van de visie en reflectie van de kunstenaar op de ons omringende wereld.

Elke lijn, elk vlak, elke veeg, kortom elke tekening, bevat primaire informatie. Elke tekening heeft ook zijn ontstaansgeschiedenis in zich en veel meer dan in welke andere kunstdiscipline is in de tekening in de regel een ontwikkeling te volgen. Dikwijls kunnen we zelfs stap voor stap ervaren en terugzien hoe een werk tot stand is gekomen. De tekening is tevens het medium dat de beeldende kunst als het ware onttovert. Die onttovering betekent bijvoorbeeld zichtbaar maken dat er niet achter alles een soort mysterie schuilt. Dat wil zeggen: een mysterie als een godheid, de natuur, het magische denken of iets als een nog nooit gedefinieerd complot der dingen. Je ziet toch hier ook dat veel voortvloeit uit de handeling van de kunstenaar op een bepaald moment op een bepaalde plek gemaakt.

Een tekening is voor mij toch alles of niets. Pathetisch gezegd is tekenen voor mij het verkennen van de achterkant van de ziel, de geest en het hart. Het maken van een tekening balanceert daardoor altijd op de rand van een bekentenis. Meestal is een tekening een bekentenis, die gaat over weemoed en verlangen, over twijfel en zekerheid, over werkelijkheid en fantasie, over dood en leven, over leegte en eenzaamheid, wat niet al. Een tekening lijkt soms een gematerialiseerde droom, die vooral over het opheffen van het weten gaat. De tekening is ook het monument voor de poëtica van de kunstenaar, waarin zowel terugwijzende als vooruitwijzende tekens besloten kunnen liggen. De directheid van veel tekentechnieken is in de meeste gevallen een evident gegeven voor de sensibiliteit. Helderheid, versluiering, verandering, verhulling, directheid zijn allemaal begrippen die met een heimelijk verlangen te maken hebben om dingen te vinden die er eerder niet waren. Die je als kunstenaar nog niet kende. Ontdekkingen die weer nieuwe ontmoetingen zijn geworden. In deze hier nieuw ontstane, getekende beelden ligt vast iets van wat de kunstenaar wellicht wel vermoedde en waarnaar werd gereikt in een bepaald werkproces. Maar waarvan hij ook wist dat het er alleen kon komen door deze guerrillastrijd te strijden. Op papier, op de wand en op de vloer heeft het hier zijn contour en zijn betekenis gekregen. Die uiteindelijke samenhang van lijnen en vlekken, lijnen die reisden over het papier, wand en vloer, lijnen en vlekken die veelal impulsief ontstonden, dat is het beeld geworden, dat is het kunstwerk. Klaar!

Arno Kramer

maart 2012