meer recent
Guerrilla Drawing
Openingstekst Guerrilla Drawing
Arno Kramer
2012

Misschien is het u bekend dat een 'Guerrilla' een term is in de krijgswetenschap. Men gebruikt de term als het een conflict betreft, waarbij een kleine groep strijders die, onder andere bestaat uit gewapende burgers, militaire tactieken gebruikt, zoals hinderlaag, sabotage, razzia, het verrassingselement en grote mobiliteit. Dit heeft als doel om het een minder mobiel traditioneel leger lastig te maken, of om een kwetsbaar doel aan te vallen en om dat leger dan vrijwel direct daarna terug te trekken. De term guerrilla wordt ook wel gebezigd om de organisatie aan te duiden die de guerrilla-oorlog voert. Zou het zo kunnen zijn dat de samenstelster van deze tentoonstelling zichzelf als legercommandant heeft willen zien en dat ze de gekozen kunstenaar het liefste drilden om een strijd aan te gaan? Was de gedachte misschien dat deze ruimte een strijdveld zou worden tussen de kunstenaars om dan te zien wie er beeldend fier overeind bleef? Ik weet het niet en heb het ook niet gevraagd aan Nanette Kraaikamp, die me voor dit praatje uitnodigde.

Nu tekenen de laatste jaren wel haast tot een van de populairste kunstdisciplines lijkt te zijn geworden, zie je op steeds meer plekken kunstenaars, vaak jonge kunstenaars, heel veel tekenen, dat wil zeggen ‘gewoon’ werk op papier maken, maar er zijn ook tekenaars die de grenzen opzoeken van wat nog een tekening zou kunnen zijn.

Om maar iets te noemen: enkele zomers geleden werd er in het tijdelijke Stedelijk Museum Amsterdam naast het Centraal Station een tentoonstelling georganiseerd onder de titel Drawing Typologies die over tekenen zou gaan, maar waar bijna geen tekening te bekennen viel. Niet lang erna kreeg ik een catalogus toegezonden uit Ierland, waar in een van de musea daar een exposities te zien was die The secret Theorie of Drawing heette en inderdaad er was nauwelijks een tekening te zien. Toen ik eens werd gevraagd op een andere plek, Galerie Witteveen aan de Keizersgracht, een opening te doen en de expositie Voorbij Tekenen heette, dacht ik eerst even dat iemand mij handig pootje wilde lichten en dat ik in een tentoonstelling terecht zou komen waar…. inderdaad geen tekening te zien te zou zijn! Dat viel gelukkig mee.

Er zijn dus in de loop der jaren diverse pogingen gedaan om dat begrip tekenen op te rekken. En ik heb daar wel dikwijls mijn vragen bij. Tekenen blijft voor mij toch vooral gekoppeld aan een lineaire handeling met meestal traditioneel materiaal, potlood, houtskool, inkt, krijt enzovoort. Wat er getekend wordt en ook met welke handeling iets tot stand komt, doet niet veel ter zake.

Wat we hier in Retort Art Space zien is in feite niet dat de kunstenaars de grenzen van het tekenen verkennen, maar veel meer de grenzen van de presentatie, waarbij de tekening of het tekenen, als gereedschap wordt gebruikt om die installatie tot stand te brengen. Uiteindelijk hebben de meeste kunstenaars toch steeds traditionele tekenmaterialen nodig om deze intense werken te kunnen maken.

Lenneke van der Goot heeft onderhand een spoor van standpunten achter zich getrokken. Met, oh wonder, vaak tape als basismateriaal, ziet ze kans, daar gaan we toch weer, die grens van het tekenen niet alleen te zoeken, maar ook op te rekken. Dat zien we prachtig gedaan op de etalageruit. Maar ook met papier en inkt als materiaal breekt ze met het platte vlak en brengt ze de derde dimensie tot leven in haar werk. Zij is een virtuoos en kan op allerlei plekken steeds iets heel fraais en indringends tot stand brengen. Zo was haar installatie bij Drawing Centre Diepenheim in wat het Ottenhuis heet niet alleen van grote schoonheid, maar ook inventief, speels en krachtig. Haar werk is altijd gelaagd en gecompliceerd, ook hier en meer dan geslaagd. En zo lijkt er een nieuwe weg, een beetje weg van de wolven, zijn intreden te doen.

Stefan Kasper heeft al aan zoveel projecten meegedaan en is een geweldig productief kunstenaar. Hij zoekt niet alleen de grenzen van het tekenen, blijft er in individueel werk ook vaak duidelijk binnen, maar gaat hier een kunstrelatie aan met een collega die hem weer van nieuwe impulsen kan voorzien en vise versa. Hoewel de wand toch de gebruikelijke presentatie plek is van al dan niet keurig opgehangen tekeningen of tekeningeninstallatie, heeft DUO NAR besloten de vloer te gebruiken voor een werk. Hun zwart wit tekening is een beeldcollage geworden met een enorme dynamiek, maar ook in details in zekere zin ingetogen. Je kunt in het werk ronddwalen om dan toch wel binnen grenzen, speelsheid, secuurheid en abstractie versus figuratie te zien. Dat alles in een blender van beelden, uitgekiend gepresenteerd. Het werk is geen strip geworden, maar ik zie ook geen overhand in thema’s die Stefan Kasper aan het hart gebakken zitten, dus een fraaie synthese van een waardevolle coöperatie.

Nanette Kraaikamp heeft rond enkele staande figuren de ruimte bijna verkend met lijnen die enerzijds meanderen over de wand, maar anderzijds streng en strak plekken met elkaar lijken te verbinden. Met dit lijnenspel geeft ze natuurlijk visueel ook richting aan wat de personen mogelijk beweegt. Hoewel de éen statisch met gesloten ogen in een eigen wereld verkeert, geeft de ander een kans op ontmoeting in het gebaar van de handen. Elk werk is natuurlijk een ontmoeting. Het ruimtelijke, misschien beetje kosmische effect wordt aangezet met de hangende ballen die ook deels betekend zijn.

De ongelooflijk fantasievolle wandtekening van Richtje Rijnsma en Roosmarijn Schoonewelle is niet alleen dynamisch, maar neemt je ook mee op een beeldende reis waarin je speurt naar een generale betekenis, maar even zo goed naar fijne details, waarin de echte tekenaar zich toch verraadt. Het ‘spelen’ met papier, dat van de muur afkomt en weer fraai geïntegreerd is in het werk op de wand, maakt deze installatie tot iets waarin zich misschien wel het meest die guerrilla toont. Het clasht beeldend behoorlijk in het midden en waaiert uit naar meer individuele werken aan de zijkant. Hoewel veel tekenaars zich toch dikwijls beperken tot zwart wit, door met houtskool, conté en potlood te werken, is Roosmarijn Schoonewelle niet vies van kleur. Wat heet, kleur lijkt belangrijk en geeft haar werk een bepaalde brutaliteit mee, waarbij je ziet dat het niet dient als ‘versiering’ maar dooor werkt als echt statement. Dit moet roze, dat moet blauw enzovoort.

Het meest bescheiden, als dat al een begrip is in deze tentoonstelling, is Rozemarijn Westerink. Het is een werkplek, maar tegelijk ook het werk. Dat is een paradox. In de tekeningen, inderdaad met ‘gewoon’ tekenmateriaal, worden ruimtelijke verkenningen gedaan., die wel gedeeltelijk complex zijn, maar, zo lijkt het, die ook steeds het doel hebben binnen de grenzen van de tekening toch een evenwicht te vinden. Enerzijds in de verhouding tussen wat getekend wordt en anderzijds wat het papier, het wit dus, voor invloed heeft op het hele beeld. Bepaalde beeldmotieven zien we terugkeren en zij worden in een andere constellatie beeldend weer verkend.

Maar ook hier in Retort Art Space is wel meer aan de hand. Geen tekeningen keurig in een lijst aan de muur. Ik sprak eerder van ontmoeting. De ontmoeting vindt altijd plaats. Bij elke blik, bij elke aanraking. Die blik ontmoet een andere, ontmoet het landschap of de lucht. De hand raakt een ander, een glas, een bloem of een brief. Er gaat een pen over het papier, er worden mededelingen gedaan, die bij lezing tot een ontmoeting leiden. Hier ontmoeten verschillende werken elkaar in éen ruimte. Hier zullen de deelnemers vast wel even naar links en rechts gekeken hebben wat de andere deelnemer nu maakte. Hier giert in feite de dynamiek door de ruimte. De kunstenaars hebben bovendien met de door hun gebruikte materialen honderden ontmoetingen op papier of de wand of vloer. In dat hele werkproces blijft de kunstenaar het middel waardoor de tekening bestaat, door wie de tekeningen wordt voltooid en waardoor deze voortdurend leeft. Alles lijkt toch ook te tellen in het tekenen, niets is zonder betekenis. Die wereld van de beeldende kunst lijkt veelal volstrekt geïsoleerd van een wereldbeeld en zeker van een moraal. Kunst gaat dus ook nooit over deugdzaamheid, maar zeker over onthulling en laat natuurlijk wel aspecten zien van de visie en reflectie van de kunstenaar op de ons omringende wereld.

Elke lijn, elk vlak, elke veeg, kortom elke tekening, bevat primaire informatie. Elke tekening heeft ook zijn ontstaansgeschiedenis in zich en veel meer dan in welke andere kunstdiscipline is in de tekening in de regel een ontwikkeling te volgen. Dikwijls kunnen we zelfs stap voor stap ervaren en terugzien hoe een werk tot stand is gekomen. De tekening is tevens het medium dat de beeldende kunst als het ware onttovert. Die onttovering betekent bijvoorbeeld zichtbaar maken dat er niet achter alles een soort mysterie schuilt. Dat wil zeggen: een mysterie als een godheid, de natuur, het magische denken of iets als een nog nooit gedefinieerd complot der dingen. Je ziet toch hier ook dat veel voortvloeit uit de handeling van de kunstenaar op een bepaald moment op een bepaalde plek gemaakt.

Een tekening is voor mij toch alles of niets. Pathetisch gezegd is tekenen voor mij het verkennen van de achterkant van de ziel, de geest en het hart. Het maken van een tekening balanceert daardoor altijd op de rand van een bekentenis. Meestal is een tekening een bekentenis, die gaat over weemoed en verlangen, over twijfel en zekerheid, over werkelijkheid en fantasie, over dood en leven, over leegte en eenzaamheid, wat niet al. Een tekening lijkt soms een gematerialiseerde droom, die vooral over het opheffen van het weten gaat. De tekening is ook het monument voor de poëtica van de kunstenaar, waarin zowel terugwijzende als vooruitwijzende tekens besloten kunnen liggen. De directheid van veel tekentechnieken is in de meeste gevallen een evident gegeven voor de sensibiliteit. Helderheid, versluiering, verandering, verhulling, directheid zijn allemaal begrippen die met een heimelijk verlangen te maken hebben om dingen te vinden die er eerder niet waren. Die je als kunstenaar nog niet kende. Ontdekkingen die weer nieuwe ontmoetingen zijn geworden. In deze hier nieuw ontstane, getekende beelden ligt vast iets van wat de kunstenaar wellicht wel vermoedde en waarnaar werd gereikt in een bepaald werkproces. Maar waarvan hij ook wist dat het er alleen kon komen door deze guerrillastrijd te strijden. Op papier, op de wand en op de vloer heeft het hier zijn contour en zijn betekenis gekregen. Die uiteindelijke samenhang van lijnen en vlekken, lijnen die reisden over het papier, wand en vloer, lijnen en vlekken die veelal impulsief ontstonden, dat is het beeld geworden, dat is het kunstwerk. Klaar!

Arno Kramer

maart 2012